Pijnbestrijding

Nu u zwanger bent gaat u zich misschien een paar dingen afvragen. Bijvoorbeeld over pijn bij de bevalling. Hoe erg zal deze zijn? Wat als ik er niet goed mee om kan gaan? Wat kan ik zonodig krijgen tegen deze pijn?

Bevallen doet pijn. Daar kan niemand omheen. Maar elke bevalling is anders. En de ene vrouw kan gemakkelijker met de pijn omgaan dan de ander. Hoeveel pijn u zult hebben, kan dus niemand voorspellen. Maar maakt u zich vooral niet te veel zorgen: er zijn allerlei manieren om de pijn te verzachten. Met en zonder medicijnen. Thuis en in het ziekenhuis.

‘Baringspijn’ (de pijn van weeën) is bijzonder: u heeft die pijn alleen als u bevalt. Aan de pijn merkt u dat de bevalling gaat beginnen. Daardoor weet u dat u een veilige, rustige plek en hulp moet gaan zoeken. Wist u dat uw lichaam meteen reageert op de pijn door zelf pijnstillers aan te maken? Dat zijn de zogeheten endorfinen. De endorfinen zorgen ervoor dat u minder pijn voelt.

Baringspijn wordt veroorzaakt door weeën. Een wee is een samentrekking van de baarmoederspier. U kunt zo’n wee vergelijken met een golf die aanspoelt op het strand. In het begin voelt u de pijngolf aan komen rollen. Net voor de golf omslaat, is de pijn het hevigst. Daarna trekt de golf terug en voelt u de pijn weer minder worden. Tussen de weeën door is er rust in uw buik. De pijn is niet steeds even erg. Aan het begin van uw bevalling zit er meer tijd tussen de weeën. Dan doen ze ook nog niet zo veel pijn. Na een tijdje worden de pauzes tussen de weeën korter. De weeën worden dan krachtiger en doen meer pijn. Tot slot krijg u persweeën, die vooral vlak voor de geboorte veel pijn kunnen doen. Als uw kindje geboren is, houden de weeën op en heeft u geen pijn meer. U heeft alleen nog een paar lichte krampen om de placenta los te maken. Sommige vrouwen vinden de pijn goed te verdragen, andere vrouwen vinden het niet te doen. We weten nog niet goed hoe het komt dat er zulke verschillen zijn. Het kan voor een deel liggen aan de plaats waar de pijn zit. De meeste vrouwen hebben tijdens de weeën vooral pijn in hun buik. Maar er zijn ook vrouwen die de pijn vooral in hun rug of hun benen voelen. Soms kan de pijn van plaats wisselen.

Regel dat er iemand bij u is die u vertrouwt en die u steunt. Vrouwen die tijdens de bevalling goede ondersteuning krijgen ervaren vaak minder pijn. Ze hebben ook minder vaak behoefte aan pijnbehandeling met medicijnen. Daarom is het heel belangrijk om goed na te denken over wie u straks bij u bevalling wilt hebben. Natuurlijk zijn wij er ook om u te steunen tijdens de weeën.

Natuurlijk: bijna iedere vrouw is bang en ongerust als de bevalling begint. Maar probeer u niet te veel over te geven aan die angst, want dat maakt u gespannen. Daardoor wordt de pijn erger en kunnen de weeën minder goed doorzetten. Bovendien maakt uw lichaam minder endorfine aan als u bang bent.

Alternatieve’ vormen van pijnbehandeling

U kunt thuis alleen behandelingen krijgen waar géén medicijnen aan te pas komen. Denk bijvoorbeeld aan acupunctuur, hypnose, aromatherapie (geuren), waterinjecties en acupressuur. Maar zulke behandelingenworden niet zo heel vaak gebruikt bij bevallingen.

Wat wel bijna altijd kan, is Geboorte-TENS (Transcutane Elektrische NeuroStimulatie): Via een apparaatje geeft u uzelf kleine stroomstootjes. U bedient het apparaatje zelf – wat u een gevoel van controle kan geven. En u bepaalt zelf hoe sterk de stroomstootjes zijn. Via elektrodes op uw rug gaan de stroomstootjes uw lichaam binnen. Dat geeft een prikkelend of tintelend gevoel, vergelijkbaar met koude handen die gaan tintelen als ze weer warm worden. Geboorte-TENS neemt de pijn niet helemaal weg maar vermindert de pijn bij sommige vrouwen wel. Het heeft geen schadelijke gevolgen voor u of uw kindje.

Pijnbehandeling met medicijnen
U kunt ook medicijnen tegen de pijn krijgen. Voor pijnbehandeling met medicijnen moet u altijd naar het ziekenhuis. De reden is dat bij toediening van medicijnen voortdurend uw hartslag, bloeddruk en ademhaling moeten worden gecontroleerd. Ook de conditie van uw kindje moet worden bewaakt (registratie van de hartslag via een cardiotocogram). De apparatuur daarvoor is alleen in het ziekenhuis beschikbaar.

Omdat elke vorm van pijnbehandeling bepaalde nadelen heeft, is ons advies om het in eerste instantie altijd zonder te proberen. Normale baringspijn kunt u als vrouw vaak aan. Mocht het zo zijn dat het u toch tegenvalt of bijvoorbeeld als de bevalling lang duurt, weet dat er dan altijd iets is voor de pijn. Indien jullie aangeven pijnmedicatie te willen, zullen wij dit nooit tegenhouden als het medisch verantwoord is. Er is 24 uur per dag pijnbehandeling beschikbaar in het ziekenhuis. Realiseert u zich wel dat voor alle medicijnen geldt dat bijwerkingen op het kind op lange termijn nog niet goed zijn onderzocht.

De volgende behandelingen worden in Nederland het meest toegepast:

  • Ruggenprik (epidurale analgesie)
  • Pompje met Remifentanil

Ruggenprik (epidurale analgesie)

Een ruggenprik is een injectie in uw onderrug met een combinatie van pijnstillende medicijnen (de medicijnen verschillen per ziekenhuis). Bij deze pijnbehandeling heeft u geen pijn meer in uw onderlichaam.

De anesthesioloog brengt onder plaatselijke verdoving onder in uw rug een naald aan. Daarbij moet u uw rug bol maken en stil blijven zitten (ook tijdens de weeën). Via de naald wordt een dun, soepel slangetje in uw rug gebracht. De naald gaat er weer uit, het slangetje blijft zitten. Door dit slangetje krijgt u tijdens de hele bevalling pijnstillende medicijnen toegediend. Vaak voelt u binnen 15 minuten geen pijn meer. Op het moment dat u 10 centimeter ontsluiting heeft wordt de toevoer van medicijnen via het slangentje gestopt.

De voordelen van een ruggenprik:

  • de meeste vrouwen (95%) voelen helemaal geen pijn meer tijdens de weeën
  • voor zover bekend heeft een ruggenprik geen nadelige gevolgen voor het kind of het geven van borstvoeding
  • u wordt niet slaperig of suf van een ruggenprik en maakt de bevalling dus helemaal mee.

De nadelen van een ruggenprik:

  • heel soms werkt een ruggenprik maar aan één kant. En bij ongeveer 5% van de vrouwen wordt de pijn niet of nauwelijks minder. Dat kan komen door de plaats waar de naald is ingebracht en de dosering van de medicijnen. De ruggenprik wordt dan soms opnieuw uitgevoerd
  • de bevalling, vooral het persen, duurt langer. Daardoor heb u wat meer kans op een bevalling met zuignap of vacuümpomp (een ‘vaginale kunstverlossing’)
  • de weeën moeten vaker worden ondersteund met medicijnen (oxytocine) ter bijstimulatie omdat de weeën minder krachtig kunnen worden
  • u mag uw bed niet uit, omdat u minder gevoel in uw benen heeft. Dat komt langzaam weer terug nadat de toediening van medicijnen is stopgezet. Bij een lage dosering heb u meer gevoel in uw benen en kun u soms staan, lopen en meepersen
  • er wordt een infuus ingebracht, om te voorkomen dat u door de ruggeprik een te lage bloeddruk krijgt
  • u krijgt een blaaskatheter, omdat u door de verdoving niet goed voelt dat u moet plassen. Na de bevalling wordt de katheter weer verwijderd, tegelijk met het slangetje in uw rug
  • uw lichaamstemperatuur kan stijgen door een ruggenprik. Het is dan lastig om te bepalen of dat door de ruggenprik komt of dat het om koorts gaat door een infectie. Soms krijg u dan voor de zekerheid antibiotica. Er is een kans dat uw kindje na onderzoek door de kinderarts wordt opgenomen op de kinderafdeling en ook wordt behandeld met antibiotica
  • soms kun u niet meteen een ruggenprik krijgen omdat de anesthesie bijvoorbeeld druk bezig is
  • u kunt jeuk krijgen. Deze kan goed behandeld worden door de samenstelling van de medicijnen aan te passen
  • de ruggenprik wordt meestal niet meer na 6 centimeter geplaatst, er wordt dan meestal voor een andere vorm van pijnbehandeling gekozen.

Remifentanil

Het relatief nieuwe middel Remifentanil is een morfineachtige stof die wordt toegediend via een infuus, dat vastzit aan een pompje. U kunt zelf met een drukknop de hoeveelheid Remifentanil bepalen die u toegediend krijgt. Het pompje is zo afgesteld dat u uzelf nooit te veel kunt geven.

Voordelen van remifentanil:

  • Remifentanil werkt vaak al na een paar minuten en is ook weer snel uit het lichaam als u de toediening stopt.

Nadelen van remifentanil:

  • Remifentanil kan van invloed zijn op uw ademhaling en op de hoeveelheid zuurstof in uw bloed
  • bij Remifentanil heeft u een kleine kans op een ademstilstand bij uzelf. Daarom worden u en uw kindje bij gebruik van dit middle continu zorgvuldig in de gaten gehouden.