Hielprik, gehoorscreening en vaccinatie

Hielprik
In de eerste week na de geboorte van jullie kindje wordt de hielprik uitgevoerd. Er wordt wat bloed afgenomen uit de hiel van jullie kindje. Dit gebeurt door een klein krasje in de hiel te maken.

Het druppeltje bloed wordt opgevangen en in het laboratorium onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Het is belangrijk dat deze ziektes snel na de geboorte worden ontdekt. Een snelle opsporing van deze ziektes kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van jullie kindje voorkomen of beperken. De meeste ziektes zijn niet te genezen maar wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Het is dan ook in het belang van de gezondheid van jullie kindje dat jullie toestemming geven voor deelname aan het onderzoek.

Uit de hielprik kan blijken dat uw kind niet ziek is, maar wel drager is van twee ziektes die getest worden bij de hielprik, namelijk sikkelcelziekte of taaislijmziekte (cystic fibrosis). In dat geval krijg u bericht via de huisarts. Hebben jullie bezwaar tegen het ontvangen van informatie over dragerschap bij jullie kind? Geef dat dan aan bij degene die de hielprik uitvoert.

De hielprik wordt meestal in combinatie met de gehoortest uitgevoerd. Vaak gebeurt dat gewoon thuis. Als jullie in het ziekenhuis liggen, doet de verpleegkundige in het ziekenhuis de hielprik. De gehoortest wordt later alsnog thuis uitgevoerd.

De hielprik wordt, net als de gehoortest, vroeg na de geboorte afgenomen (tussen 72 en 168 uur erna). De uitslag volgt na uiterlijk drie weken. Geen nieuws is in dit geval goed nieuws.

Neonatale gehoorscreening
Een goed gehoor is belangrijk voor de ontwikkeling van de taal en het goed leren praten. Als een kind niet goed heeft leren praten, kan dat grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling. Een kind heeft namelijk taal nodig om op school te kunnen leren en om bijvoorbeeld sociale contacten te kunnen leggen.

In de eerste weken na de geboorte krijgt jullie kindje een gehoortest. Met deze test wordt gemeten of jullie kindje genoeg hoort om te leren praten. Tijdens de gehoortest krijgt uw kind een klein, zacht dopje in het oor. Beide oren worden apart getest. De gehoortest doet geen pijn en duurt maar een paar minuten

Met de gehoortest kan een afwijking aan het gehoor snel worden ontdekt. Hoe eerder dat gebeurt, hoe sneller de behandeling kan beginnen. De gevolgen voor het kind blijven hierdoor zo beperkt mogelijk. Is de uitslag van de test aan één of beide oren niet voldoende? Dan wordt de test na ongeveer een week herhaald. Zo nodig volgt ongeveer een week later nog een derde test met een ander apparaat. Het kan namelijk zo zijn dat er nog vocht of oorsmeer in het oortje zit wat de gehoortest negatief beïnvloedt.

Als de uitslag van de gehoortest ‘voldoende’ is, hoort jullie kindje op dat moment vrijwel zeker voldoende om te leren praten. Toch is het belangrijk dat jullie op het gehoor van jullie kind blijft letten. Sommige kinderen worden pas na de gehoortest slechthorend. Dat komt gelukkig heel zelden voor. Vraagt u zich af of uw kind wel goed hoort? Neem dan contact op met de huisarts of het consultatiebureau.

Vaccinatieprogramma
Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt alle kinderen in Nederland tegen twaalf ernstige infectieziekten. Deze infectieziekten waren vroeger belangrijke doodsoorzaken bij kinderen. Dankzij vaccinatie komen deze infectieziekten in Nederland niet of nauwelijks meer voor. Binnen het vaccinatieprprogramma krijgen kinderen prikken die beschermen tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, Hib-ziekten, pneumokokken, hepatitis B, bof, mazelen, rodehond en meningokokken C. Allemaal infectieziekten die moeilijk te behandelen zijn en ernstige gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van jullie kindje. Kinderen worden ingeënt op de leeftijd van 0 tot 14 maanden en als ze 4 en 9 jaar oud zijn. Meisjes worden daarnaast ingeënt in het jaar dat ze 13 jaar worden.

Binnen enkele weken (4-6) na de geboorte van jullie kindje, ontvangen jullie automatisch een informatiepakketje thuis. Hierin bevinden zich de oproepkaarten voor vaccinatie, een vaccinatiebewijs en een folder over het Rijksvaccinatieprogramma. Deelname is niet verplicht, maar de meeste kinderen (meer dan 95%) doen mee aan het programma. De overheid biedt de vaccinaties kosteloos aan. Voorwaarde is dat het consultatiebureau of de GGD de vaccinaties uitvoert met de officiële vaccins. Voor meer informatie kunnen jullie contact opnemen met het consultatiebureau of de GGD of zie de RIVM website.