Kraambed ongemakken

Tijdens de kraamperiode is het belangrijk om voldoende rust te nemen. Blijf de eerste dagen zoveel mogelijk in bed en laat u verwennen door de kraamverzorgster.

Het kraambed is helaas niet alleen maar een roze wolk: u krijgt vaak te maken met bepaalde ongemakken. U moet misschien wennen aan uw baby en het ouderschap. Wees niet verrast als u niet meteen de oude bent en huildagen horen er soms bij. Hieronder vindt u een aantal andere ongemakken toegelicht.

Bloedverlies
Na een bevalling heeft u bloedverlies. Dit is afkomstig uit uw baarmoeder waar een wond zit van de placenta. Dit bloedverlies kan meer zijn dan bij een heftige menstruatie, zeker de eerste 24 uur na de bevalling. U kunt ook stolsels verliezen, soms zo groot als een tennisbal. Dit is normaal en u hoeft zich hier geen zorgen om te maken. Gaat u echter veel bloed verliezen (het blijft maar stromen of er komen een aantal flinke stolsels) en heeft u in 10 tot 15 minuten twee grote kraamverbanden helemaal doordrenkt, dan dient u zeker contact met ons op te nemen. Neem ook contact met ons op als u duizelig of niet lekker wordt van te ruim bloedverlies. Het is normaal dat, wanneer u beweegt of als u omdraait in bed, u een golfje bloed voelt lopen. Na de bevalling kan het zijn dat u geen aandrang voelt om te plassen, terwijl uw blaas wel vol zit. Ga daarom regelmatig plassen, bijvoorbeeld voor iedere voeding. Een lege blaas zorgt ervoor dat de baarmoeder beter kan samentrekken waardoor het bloedverlies ook minder wordt. Het bloedverlies wordt in de loop van de dagen steeds minder. Vaak neemt het bloedverlies vanaf de tiende dag weer iets toe, meestal veroorzaakt doordat u steeds meer gaat doen. Het bloedverlies verandert van rood naar bruin naar gelig en kan tot zes weken na de bevalling aanwezig zijn. Ga de eerste zes weken niet in bad, niet zwemmen en gebruik geen tampons. Heeft u in de weken na de bevalling ruim helderrood bloedverlies, neem dan altijd contact op met ons.

Naweeën
Een nawee is het samentrekken van de baarmoeder waardoor het bloedverlies beperkt wordt en de baarmoeder weer kan krimpen tot de proportie van voor de zwangerschap.
Met name na een snelle geboorte of na de geboorte van een tweede of volgend kindje heeft u er meer last van. Ook vrouwen die borstvoeding geven hebben vaker last van naweeën. Naweeën kunnen drie tot vier dagen aanhouden. Zorg dat de blaas goed leeg is door regelmatig te gaan plassen. Een warme kruik of paracetamol kan verlichting geven.

Koorts
Koorts kan verschillende oorzaken hebben zoals stuwing, blaasontsteking of bijvoorbeeld een borstontsteking. Neem bij een temperatuur van >38 graden Celcius altijd contact met ons op!

Bandenpijn
Soms kunt u in het kraambed last hebben van pijnlijke steken aan de zijkant van uw buik. Vaak duurt het een tot twee uur en daarna zakt de pijn geleidelijk af. Het kan aan één zijde van uw buik zijn of aan beide zijden. Dit wordt veroorzaakt door de banden (dit zijn een soort spieren) van de baarmoeder. Hiermee wordt de baarmoeder opgehangen in het bekken. Door de zwangerschap zijn de banden uitgerekt waardoor de baarmoeder losser in uw buik komt te liggen. Hierdoor komt er spanning op de banden hetgeen een stekende pijn kan geven. Uw lichaam gaat dit weer herstellen maar heeft daar natuurlijk wat tijd voor nodig. Deze bandenpijn kan geen kwaad. Een warme kruik op uw buik of paracetamol kan de pijn enigszins verminderen.

Plassen
Het is belangrijk dat u regelmatig, zo om de drie uur, plast. Ga naar het toilet als u aandrang heeft om te plassen. Om infecties tegen te gaan en eventuele pijn bij het plassen te verminderen adviseren wij u de vagina tijdens het plassen met water te spoelen of onder de douche te plassen. Sommige vrouwen hebben na de bevalling geen aandrang. Mocht dit het geval zijn dan adviseren wij  u om veel te drinken en zeker ook om de 3 uur te gaan plassen. Als u zes uur na de bevalling nog niet heeft geplast, dient u contact met ons op te nemen.

Blaasontsteking
In het kraambed bent u gevoelig voor ontstekingen en infecties. Mocht u tijdens de bevalling gekatheteriseerd zijn (uw blaas is middels een slangetje leeg gemaakt), dan heeft u een verhoogde kans op een blaasontsteking. Een blaasontsteking in het kraambed kan vrijwel symptoomloos verlopen behoudens een temperatuurverhoging of zelfs koorts. Soms kunt u de volgende symptomen hebben: zeurende onderbuikspijn, pijn of een branderig gevoel bij het plassen en veel aandrang voelen om te plassen. Mocht u één van deze symptomen hebben, lever dan bij voorkeur ‘schone’ ochtendurine in bij de huisarts om te controleren of u een blaasontsteking heeft. Met ‘schone’ urine bedoelen wij dat u eerst uzelf wast en dan een klein beetje in de toilet plast voordat de urine opgevangen wordt. Indien er sprake is van een blaasontsteking krijgt u een antibioticakuur voorgeschreven. Maak deze kuur volledig af en laat twee dagen na de laatste tablet uw urine nogmaals controleren bij de huisarts. Drink minimaal twee liter water of thee op een dag en gebruik vitamine C tabletten of cranberry capsules om een blaasontsteking te voorkomen.

Hechtingen
Wanneer uw hechtingen heeft, kan dit pijnklachten geven. Het is belangrijk de hechtingen goed schoon te houden, door te spoelen met water (geen zeep). Spoel ook tijdens het plassen, want de urine kan een branderig gevoel geven. Verwissel het kraamverband regelmatig. Het is ook goed om de wond aan de lucht bloot te stellen en regelmatig zonder ondergoed, op een matje, in bed te liggen. Om het ontzwellen te bevorderen kan een koud kompres helpen.

De kraamverzorgster controleert iedere dag de hechtingen, zo nodig controleren wij ze ook tijdens één van onze visites. Tegenwoordig wordt er oplosbaar hechtmateriaal gebruikt en hoeven losse hechtingen er niet uitgehaald te worden. Soms kunnen de hechtingen pijnklachten geven. In dat geval kunnen wij deze vanaf de zesde dag na de bevalling verwijderen.

Stuwing
In de eerste week kunnen door de toegenomen doorbloeding van de borsten en de aanmaak van borstvoeding de borsten zwaar en gespannen zijn: stuwing. Stuwing ontstaat meestal op de derde of vierde dag van het kraambed. Stuwing is het groter worden van de borsten door een toename van melkproductie. Het vraag en aanbod van de voeding moet nog in evenwicht komen en het zal zich dan ook in vanzelf herstellen. Iedere kraamvrouw kan stuwing krijgen, ook als u flesvoeding geeft. De borsten voelen pijnlijk, strak en gespannen aan. Soms is er sprake van een lichte temperatuurverhoging tot 38 graden Celsius. Wordt u temperatuur hoger dan 38 graden Celcius, neem dan altijd contact met ons.

Als u last van stuwing heeft en borstvoeding geeft, dan is het verstandig om uw kindje vaak te laten drinken en uw borsten na de voeding te koelen. Voordat u gaat voeden, is warmte het sleutelwoord: het ontspant en bevordert de toeschietreflex.

Vrouwen die geen borstvoeding geven, kunnen een stevige beha aan doen en de borsten koelen. Gebruik, wanneer u flesvoeding geeft, geen warmte op de borsten.

Tepelkloven
De eerste dagen hebben bijna alle kraamvrouwen die borstvoeding geven last van pijnlijke tepels. Door de zuigkracht van jullie kindje aan de tepel, kunnen kleine scheurtjes in de tepel ontstaan. Het niet goed aanleggen van de baby is een van de belangrijkste oorzaken van tepelkloven. Het eerste aanzuigen van de baby mag pijnlijk zijn, daarna moet de pijn verdwijnen. Mocht het drinken pijnlijk blijven, dan moet de baby opnieuw worden aangelegd. Wanneer u al kloven heeft herstelt kunt u het beste na het voeden een druppel borstvoeding over uw tepel uitsmeren en dit dan aan de lucht te laten drogen. Ook een zalf met lanoline of wolvet kan het herstel bevorderen. Medela heeft hier de zalf ‘Purelan’ voor, die bij ons te verkrijgen is.

Om tepelkloven te voorkomen, helpt het om een druppel moedermelk over de tepel te wrijven. Mochten er toch tepelkloven zijn ontstaan dan kunt u na de borstvoeding Bepanthen of Purelan op de tepels smeren. Deze crèmes bevorderen de genezing.

Spruw
Soms worden pijnlijke tepels en tepelkloven mede door een schimmel veroorzaakt: een spruw-infectie. Bij een spruwinfectie ziet de tepel er vaak glanzend en rood uit. De tepel is pijnlijk, deze pijn wordt vaak als brandend en prikkend omschreven. Bij het opnieuw aanleggen verdwijnt de pijn niet.

Uw kindje gaat vaak slechter drinken, laat tijdens het drinken de borst vaak los en heeft meestal witte plekjes in de mond (die met een glaasje niet weggeveegd kunnen worden). Spruw is ongevaarlijk, maar wel pijnlijk en lastig want moeder en kind kunnen elkaar blijven besmetten. Bij spruw moeten zowel moeder als kind behandeld worden, als u borstvoeding geeft, met een kuur van de huisarts. Ook als jullie kindje flesvoeding krijgt kan het spruw krijgen.

Borstontsteking
Een borstontsteking (mastitis) is een bacteriële ontsteking van de borst die vooral voorkomt bij vrouwen die borstvoeding geven. Om deze te voorkomen: Wast u uw handen vóór elke voeding, zorg goed voor uzelf en denk aan uw weerstand. Controleer uw borsten dagelijks op harde plekken die ontstaan door melk die in de klieren achterblijft. Masseer deze plekken tijdens het voeden/kolven richting de tepel weg. Vooral als u de signalen van een ontsteking opmerkt (harde plekken, rood, warm, pijnlijk en uiteindelijk koorts) is dit belangrijk. Maak het masseren makkelijker door de borst voor de voeding of het kolven te verwarmen met een warme doek of onder de douche. De melkkanaaltjes gaan zo wijder open staan en u masseert de melk er makkelijker uit. Na het voeden kunt u de borsten koelen met een koude doek. Juist als het pijnlijk is, is het belangrijk de borst goed te legen, desnoods met een kolf. De melk moet eruit want als de borst niet goed leeg is, kan het verder gaan ontsteken!

In de meeste gevallen gaat de borstontsteking binnen 24 uur vanzelf over. Heeft u daarna nog koorts, regel dan via uw huisarts antibiotica. Twijfelt u of heeft u vragen kunt u natuurlijk altijd contact met ons opnemen.

Ontlasting
Ontlasting komt meestal enkele dagen na de bevalling weer op gang. Zorg dat u voldoende (minimaal twee liter) water of thee drinkt en dat u vezelrijk eet zodat uw ontlasting soepel blijft. Is uw ontlasting na een dag of vier na de bevalling nog niet op gang gekomen, meld het ons dan. Wij kunnen u hier dan iets voor geven.

Aambeien
Aambeien zijn uitstulpingen van bloedvaten bij de anus. Ze kunnen zijn ontstaan in de zwangerschap of door het persen tijdens de bevalling. Aambeien kunnen zowel inwendig als uitwendig aanwezig zijn en ontstaan soms pas paar dagen na de bevalling. Aambeien zijn vaak erg pijnlijk, kunnen jeuken, irriteren en soms bloeden. Zorg dat u voldoende (minimaal twee liter) water of thee drinkt en dat u vezelrijk eet zodat uw ontlasting soepel blijft.
Dit is belangrijk omdat persen de klachten kan verergeren , dus prober uw ontlasting goed soepel te houden.

Na de bevalling zal in de meeste gevallen de zwelling van de aambeien vanzelf afnemen, maar dit kan tijd nodig hebben en het kan nog wel een tijd pijnlijk zijn. Daarom is het aan te raden om al in het kraambed te starten met een behandeling, door middel van bijvoorbeeld zalf en tabletten, wij adviseren om dan curanol te halen. Ook kan koelen met een koud kompres verlichting geven.

Bekkenklachten
Bekkenklachten zijn na een bevalling meestal niet ineens voorbij. Al verdwijnen langzamerhand de zwangerschapshormonen die de oorzaak waren voor het weker worden van het bekken, het duurt vaak een tijd voordat de verbindingen tussen de bekkenbeenderen hun oude stevigheid terug hebben. Er ontstaat een andere belasting op het bekken en op de rug, doordat de grote buik nu verdwenen is, maar ook doordat u nu uw kind draagt en optilt. Het is nodig een evenwicht te vinden tussen rust en belasting. Bij teveel rusten worden de spieren slapper, terwijl u de steun van de spieren juist extra nodig heeft. Door te grote belasting echter heeft het bekken geen tijd om te herstellen en zullen de pijnklachten toenemen.
We adviseren u om de eerste vier dagen na de bevalling zoveel mogelijk op dezelfde etage te blijven. Probeer wel elke dag een aantal keer een klein stukje te lopen en even in een stoel te zitten.
Indien nodig wordt de fysiotherapeut in consult gevraagd. Naarmate de pijnklachten verminderen kunt u de activiteiten geleidelijk uitbreiden. Het is de bedoeling dat de klachten langzaam minder worden. U mag verwachten dat het elke maand weer een stuk beter gaat, al nemen bij stress, menstruatie en vermoeidheid de klachten vaak tijdelijk weer toe.

Bekkenbodem
Na een zwangerschap en bevalling zijn de spieren van uw bekkenbodem verslapt en uitgerekt. Het is aan te raden om aan het eind van uw kraambed te beginnen met bekkenbodemspieroefeningen zodat uw bekkenbodem weer sterk wordt. Dit heeft een positief effect op incontinentieklachten en verzakkingsklachten op latere leeftijd. Probeer de oefeningen een aantal keren per dag te herhalen.

Sporten
Als u net bevallen bent, denkt u vaak nog niet meteen aan sporten. Waar u in ieder geval in het kraambed mee kunt beginnen is het trainen van de bekkenbodemspieren zoals hierboven beschreven. Als u van plan bent om buikspieroefeningen te gaan doen, wacht dan tot zes weken na de bevalling. Mocht u willen gaan zwemmen dan is het advies om te wachten tot het bloedverlies volledig gestopt is, ongeveer zes weken na de bevalling. Ook andere sporten kunt u geleidelijk weer gaan doen na ongeveer zes weken. Als u borstvoeding geeft, is het prettig om een sportbeha te dragen.

Kraamtranen en postpartumdepressie
Na de bevalling breekt een spannende en vaak onzekere periode aan, met allemaal nieuwe gebeurtenissen. In het kraambed is het belangrijk om tijd voor uzelf en uw baby te nemen. De meeste vrouwen hebben ongeveer de vierde dag na de bevalling een dip welke veroorzaakt wordt door een combinatie van onrustige nachten en bijbehorend slaapgebrek, zere borsten, eventuele pijnlijke hechtingen en natuurlijk door alle hormonen. Daar zijn ze dan, de kraamtranen! Het lucht op om eens lekker uit te huilen en soms zijn het tranen van geluk. 
Dit is een volkomen normale reactie en het gaat na een paar dagen gewoon weer over. Het kan echter ook zijn dat dit gevoel maandenlang aanhoudt. Dit wordt postnatale of postpartumdepressie genoemd en komt ongeveer bij tien procent van de vrouwen voor.
Een postpartumdepressie (PPD) is een depressie die tot uiting komt na de geboorte van een kind, een abortus of een miskraam. De symptomen van een PPD zijn: moeilijk in slaap komen, slecht slapen, vermoeidheid, prikkelbaar, wisselende stemmingen, geheugenverlies, angstig zijn, apathisch of afwezig, lusteloosheid, gespannen en agressief, geen gevoel hebben voor uw kind en uzelf overal schuldig over voelen.
Doordat een PPD ontstaat door een combinatie van verschillende factoren, bestaat er geen standaardbehandeling die voor iedereen toepasbaar is. Bespreek met uw huisarts hoe u zich voelt en zorg dat hij of zij u serieus neemt. Om te voorkomen dat u een PPD krijgt, is het belangrijk dat u weet dat het bestaat en dat het u ook kan overkomen en dat u op tijd aan de bel trekt bij aanhoudende neerslachtigheid. Verder is het van groot belang dat u tijdens de zwangerschap en vooral na de bevalling zorgt dat u goed uitrust. Een andere belangrijke factor is voeding: zorg dat u gezond en gevarieerd eet.
Heeft u vragen, of bent u bang dat u een PPD heeft, neem dan contact op met de huisarts. Uiteraard kunt u gevoelens van neerslachtigheid ook bij ons aankaarten tijdens de nacontrole. Voor verdere behandeling zullen we u dan doorverwijzen naar de huisarts.